Het Reckeweg systeem is een moderne vorm van humoraalpathologie (leer van Hippocrates gebaseerd op de vier humoren of lichaamssappen), ook wel homotoxicologie leer genoemd.

Deze leer is een afgeleide van de homeopathie en door de Duitse arts Dr. Reckeweg ontwikkeld. Hij zag het ontstaan van ziekten in de inwerking van toxinen op de weefselstructuren via chemische reacties in het lichaam. Als het lichaam voldoende levenskracht heeft om de toxinen te weren en uit te scheiden herstelt het natuurlijk evenwicht zich, maar wanneer het lichaam onvoldoende vitaliteit heeft of wanneer de genezingsreactie onderdrukt wordt, dan blijven de toxinen in het lichaam en ontstaat de kans om via sluipende processen ziekten te ontwikkelen. In iedere fase kunnen klachten en aandoeningen ontstaan die betrekking hebben op alle weefsels.

Dr. Reckeweg heeft het verloop van die processen als volgt ingedeeld:

  • Humoraal fase (buiten de cel/ omkeerbaar/ acute fase)
    • Excretie of uitscheidingsfase
      • uitscheiding via de natuurlijke manier; urine, transpiratie, ontlasting, koolzuur en menstruatie. Zijn deze organen overbelast, gebruikt het lichaam zijn zogenaamde “noodventielen”: traanvocht, oorsmeer, speeksel, etc.
    • Reactiefase
      • Lukt het niet om de gifstoffen via de natuurlijke manier kwijt te raken, dan gebruikt het lichaam andere hulpmiddelen. Uitscheiding is nu verhoogd, door ontsteking en koorts. In de reactiefase horen naast koorts ontstekingsreacties zoals blaasontsteking, nierontsteking, huiduitslag.
    • Depositiefase
      • Wanneer het niet gelukt is om de homotoxinen onschadelijk te maken, dan gaat het lichaam de toxinen afzetten in de minst belangrijke weefsels, meestal bindweefsel als spieren, pezen en gewrichten. Dit gebeurt om vitale organen als de hersenen, de hormoonklieren en de nieren te beschermen. In deze fase zien we stijve spieren en gewrichten, maar bijvoorbeeld ook nierstenen en chronische blaasontsteking.
    • Cellulaire fase (binnen in de cel/ onomkeerbaar/ chronische fase)
      • Impregnatiefase
        • De gifstoffen dringen de cel binnen. Evenals bij de depositiefase blijft de schade hier beperkt tot een groepje cellen of een orgaan. De cel kán nog herstellen.
      • Degeneratiefase
        • Celstructuren als enzymen en genen gaan kapot. De cellen en de celkernen zijn al zo beschadigd dat zij niet meer kunnen herstellen.
      • Neoplasma of kankerfase
        • Er is al sprake van celwoekering.